Ex Libris JOHN LANDWEHR Voorschoten in 2011 with funding from Research Library, The Getty Research Institute http://www.archive.org/details/klareonderrichtiOOpett Klare Onderrichtinge der Voortreffelïjcke WORSTEL-KONST, Verhandelende hoemen in alle voorvallen van Twift in Handtgemeenfchap fich kan hoeden en alle Aengrepen, Borft-ftooten Vuyft-flagen &c. verfetten. Seer nut en Voordeeligb tegens alle Jhenfiecke 7~"ït>is7ers ofte die met een Mes yemandt dreygen of trachten te beledigen. Uytgevonden door den wijtberoemden en vermaerden Worstelaer NICOLAES PET TER, En met 7 1 nacuivkeurige Verbeeldingen der fèher in 't kooper gebracht door den konftrijcken ROMEYN de HOOG E. T' Amsterdam, by Johannes Janssonius van Waesberge5 Boeckverkooper op 't Water. Anno 1674. Met Privilegie. D PRIVILEGIE. E State» van Holla»Ut ende Wefl-friejlandt Doen te weten Alfoo om vertoont is bj Joan- nes Tanfïbnius van Wacsbergc, Boeckrerkoopcr,woonende tot .Amfierd^m, dat hy Suppliant met t root e koften, oedrucit baddetwe' Bot eken, lijnde Let eene geintituleert Korie ende Bondige Inftruftie van de Regulare en Irreeulare Fortificatie»- Nevens een nieuwe Manier der felver, befchreven door A Mts. Gerard Melder ende PieterEecker: ende Int andere Klare Onderrichtinge der voortreft'clijcke Worftel-konlt^oor NicolacsPctter, watr yan de nedrucite Tijtels ons Tijngeexhibeert, en naerdemael den Suppliant grooTe kollen badde gefupporteert tot het voltrecken yan de voorfy. refbeïlive Boecken en beducht was dat defehe door eenigb nydigh of baetfoeckent menfche Lem mochten voerden naoedruckt we' door den Suppliant yan fijne excefiive onkoflenfoude veerden gi 'fiuftreert ,foo keerde hy hemfehen aen Ons, ootmoedchkk rerfoeckende dat het Onfe goedertierene gebefte mochte voefen hem Suppliant te yerleenen Oclroy, yoor den tijdt yan vijftien arfter-een-Volgende laren, omme de yoorjT^. refpeHhe Boecken alleen te mogen Dïucken ende dat infoodanige Talen als Je Suppliant bevinden feude hem oirbaerlijck teTjjn. Soo is't datwy de fake ra V ferfoeck voorfT- overgemerekt hebbende ende jtwenwefende ter bede yan den Suppliant uyt onfe rechte wetenfebap fouyeraine macht en autoriteyt den felven Suppliattt ceconfenteett geaccordcert ende geocTroyeert hebben confenteren accorderen enoihoyeren midts defen, dat hy geduereme den tijdt yan yijftien eerfl achter-een-volgende laren de voorfy. Boecken in foodanige Talen als hem goedtduncien fal binnen den voorfy. enfen Lande, alleen fal mogen Drucken uytgeyenen yerkoopen yerbiedende daerom allen ende tenen yevelijcken defehe Boecken na te drucken ofte elders naergedruckt binnen den felven Onfe Landen te brengen, uyt te geyen ofte te yerkoopen op yerbeurte yan alle de naergedruckte ingebrachte ofte y er kochte Exemplaren ende een boete yan drie hondert Guldens doet enboyenteyerbeuren te appliceren een derde part yoor denOfficier die de Calange doen fal, eenderdepart yoor den ^/Crmen der Plaetfe daer het Cafws fal voory -allen, ende het re flerende derde part yoor den Suppliant, gilles indienverflande ,(Utwy den Suppliant met defen Onfen OcTroye willende «ratificeren totyerhoedinge yan fijne fchade door het nadrucken vanievoorfy. Boecken doet door meenigendeelenyerflaen deninhoude yan dien te autoriferen ofte teayoucren. inde yeelmin defelye onder Ónfe proteSlie ende befcherminge eenigb meerder credit aenfien ofte reputatie tegeyen nemaer den Suppliant in cai daer in yets onbehoorhjeks foude mogen tnflueren alle hetfèlvc tot fijnen laffe fal gehouden voefen te verantwoorden tot dien eynde wel expreffelijck begeerende ,datby aldten hy defen Onfen Ofhoye yoor defehe Boecken fal willen fielten daer vangeenegenbbrtvieerde ofte gecontraheerde mentiefal mogen maken nemaer gehouden fal wefen hetfehe Otlroy in ''t geheel ende fonder eetti'e omifiie daer yoor te drucken op poene yan het effetl yan dien te verliefen. Inde ten eynde den Suppliant defen Onfen Confente tnde Otlroye more genieten als na behoor en lafttn Wy Men en eenenyegelijcken die Y aengaen mach dat fy den Suppliant yan den inhoude yandefen doen latenen %edocgen, ruflelijck, yredelijck ende yolkomentlijck genieten en gelruycken, cefferende alle belet en tcedetfe" "en ter contrarie. Gedaen inden Hage onder onfen Grooten Zegel hier aen dot n hangen, den 1 2. Februarii in'tjatr v.tfci ffterenende Salighmikers dnyfentfes hondert yier en fervent igb. vt. A. WASSENAER. Ter Ordonnantie van de Staten. HERBERT van BEAUMONT. Aer d'overdenckingen van de Verftandighfte felfs, ontrent de Gedenkschriften, foo van de voorledene eeuwen,als van defe tegenwoordige, wierden heen gevoert,van daer keerden fy noit weder als onder de diepfte verwonderingen. d'Ervarentheit heeft vele konften aen de werelt verfchaft en defelve neerftighlijck geoefFent, heeft foo vele Wetenfchappen gebaert, voornamelijk wanneer een fcherpfinnigh brein daer nevens gekomen is.D'oeffening moet de konil voltoien want het is niet genoech eenige faek door een fnedigh vernuft te hebben begrepen, maer die fich geoefFent heeft kan alleen daer Meefter in zijn. Daer by moet d'onderwyfing dan komen om de konft onder de menfchen gemeen te maken of anders fou die weder moeten fterven,met den genen die haer gevonden had. Tot de konften dan werden de tijdt, neerftigheit, oeffening onderwyfing meteen fchrander vernuft vereift, om daer aen haer ei- z gent- gentlijk wefen en de noodige optoifels te geven dus kan het altijt werckend verftant, door oeffeningen en neerftigheden geduurigh gevoed, aen de menfchen veel verwonderingen vernoeging nuttiglijk toebrengen. Apelles fal alleen de verw en 't pinceel tot hulp genomen hebbende, door fijn geoeffent vernuft de Natuur fo heerlijk nabootfen dat de Natuur felfs, in 't voortbrengen van het felfde wefen, de gedaente van dat voortgebrachte van Apelles ontleent fchijnt te hebben. Aen een ander konftenaer fal alleen de beitel konnen dienen door fijn geoeffende geeft beftiert, om aendefteen dat wefen der Natuur uitwendig te geven, dat deNatuur felfs fich niet fou hebben te fchamen, indien het van haer was geteeltjadikwils fal de volmaektheit der gedaenteninde Steenenbyfonderlijk uitmunten. Het is wel waer dat de Natuur als Leer-meefterfTè dagelijks door allerhande voorvallen onderwijft,maer dan komt ook de Konft eerft de volmaektfte hoedanigheden daer in vertoonen-, ja aen haer moet veel- tijts tijts foo veel voorrecht worden toegefchreven, dat of fchoon de Natuur altijt na het volmaektfte tracht, d'oprechte volmaektheiteerft in het onderwerp van de Konft wort gevonden. Ik ben niet gefint de Natuur tebefchamen met haer d'uitwerking der volmaektfte gedaentens t'ontrecken daer wy ons geftaeg over alle hare werckingen tenhoogften bly ven verwonderen $ maer eigentlijk den aert van de Konft voor te dragen en hare achting daer door te bevorderen. Hier toe moet fy van y der naeuwkeurigh onderfocht den y ver aengeport,en de verwondering voldaen worden. De krachten door de Natuur aen 't menfchelijck geflacht toegevoeght, zijn in alle niet even gelijten fchoon die in even-gelijkheidt wierden bevonden, foo foudenfy nochtans foodanigh tegen malkander niet ingefpannen konnen worden of de gefwintheit fal echter een van beiden meefter laten bly ven, temeer als die gefwintheidt op kennis gegrondveft mach zijn Vele hebben hare bekommering laten gaen, 3 om om fich op het fekerfte tegen alle beledigende voorvallen te befchermen, infonderheidt de twift-fieckte uitgebannen zijnde, indien door moedwillige boolwichten haer die mochten over komen. Op dit inficht heeft onfe Worftelaer fijnen geeft ftaegh gefcherpt,om bequame ftreken en handtgrepen uit te vinden waer door men fich tegen moedwilligh befpringen vanftooten,vuift-llagen, of anders van een mes kan verdedigen en alle quaedt behendigh af keeren. Hier in heeft hy fich felven geduurigh geoeffent en op dat de wereldt daer van nuttighlijk ibu konnen gedient worden, foo heeft hy eindelijck befloten dit Worftel-boek in het licht te geven maer de ny dige Doot heeft ons hem ontydigh komen ontrucken eer dat hy fijn befluit kon voltrecken. Doch dewijl hy defe Platen in fijn leven al had laten maken en de felvein defe bequame ordre gefchickt, met een korte befchryving om den leer-gierigen Worftelaer t' onderrichten, foo hebben wy defe voortreffelijcke nutte Wetenfchap niet langer ger verborgen willen houden fnfonderheidt door ontallijke Liefhebbers krachtig daer toe aengeport, maer defelve tot bevordering van d'algemeenenuttigheit, het tegengaan en beletten van alle moedwillige veght-iieckeboosdoenders aen de wereldt willen mededeelen. Ontfangt dan met goetwillige danckbaerheidt, defe fo wel nieuwe,als uitftekende en feer dienftige Konft waerin geene menfchen behoorden onwetende te willen bly ven. Begeeft u tot defehandtgrepen vlytigh teleeren en te oefFenen ghy ful t uwe moeiten nimmer konnen beklagen, maer daer van foodanige goede vruchten genieten, dat ghy alle twift- en veght-fieke moeite-makers lichtelijck fult konnen af keerren en bedwingen, foo dat alle onwetende over uwe redelijcke befcherming fich ten hoogften fullen hebben te verwonderen, en ghy allefins onbeledight en geruft onder de menfchen fult konnen verkeeren. Aen Aen de LIEFHEBBERS Van de WORSTEL-KONST, Aerde Gunflelingen, defe l\onfl "toort u E.foodanigb opgedragen^ dat al het gene "toat gby daer ontrent mooght Vereijfchen genoeghfaem bekent kan "toefen. Gby hebt bier een feer bequame fchickingVanalledeVeelen; en "toat be"toercking ontrentyder in yt byfonder noodigb is, "toort door de naeiCtokeurige Vervolging der Platen aengetoefen en op dat niemandt in de afgebeelde Worftelaers mocht komen teVer~toerren foo zjjn die door A en B, B ra C, C w D, enfoo Voorts, alle onderfc beiden engeteeckent En teftoijlde Veranderingaengenaeni iii enVermaeckaenbrengt foo is fomtijts A en dan "toederom B oVer"toinnaer. T> 'onderfc beide IQeedingen "toaermede onfe Worjielaers in defe Vlaten ^ijnafgeviaelt, "injfl oockgenoechfaem der feller onder fcbeidt aen foo dat yder Deel fijn byfonder gCtoacd beeft "toaer door de naeiCtokeurige Liefhebbers hier niet 'lichtelijck fullen konnen d"toalen. Indien fommige belujl mochten "toefen om defe Worftelingen in 't "toer ckge fielt tefien of in defe heffen met "er dacdt klaerder ondertoefen te "toorden die konnen daer toe geraken door den Leerling Van Nicolaes Petter %al. Robbert Cors die alle defe Grepen menighmael met den Autheur felfs ge-exerceert beeft gelijck byge"toilligh is omboor redeltjck loon defelVe Leffen by de Liefhebbers te exerceren. Hy ps bier te Vinden ten huife Van de Wedwtoe Van Nicolaes Petter Voornoemt, op dcPrince-gracht in Guftavus-burgh niet"toijdVanhetScberm- Scbool "toaer alle die defe hcerlijcke nutte l^onfl beminnen hoer Volkomen Vernoegen fullen krygen enfich dicrbalVen konnen bedancken. Gebruickt dan defe Bronst tot u Voordeel, en liet degebeugbnis des genen die u defelVegcgeVen heeft altijt onder 11 E. danckehjck in goede achting en'toaerde gebouden"toorden foo filmen hier na noch andere geeftcn konnen ontmoeten, die door haer Vernuft defelve t(onH met meer n'ieWtoe Grepen fullen Verrijcken. Vaer "toet Klare Pag.ï Klare Onderrichtinge der voortrefFelijcke WORSTEL-KONST. :Erwijl gewoonlijck en voornamendijck ontrent de Hollanders gebruyckelijck is waer eenige twift of tweedracht tulTchen eenige Perfoonen gerefen mach zijn die foo hoogh komt te klimmen dat de Handtgemeenfchap daer op volght, dat fy malkander op de i Borft ftooten als de wegh zijnde waer door men tot de heviger Vuyftflagen gaet foo hebben wy van de Borft-ftooten hier het beginfel willen nemen, als zijnde den ey gentlij eken aenvangh om de twift door hantgemeenfehap wacker te maken en voorts fullenwy alle grepen met order vervolgen. Het Eerste Deel. N°. i Van de Borjt-ftooten. WAnneer A wilt B op de Borft ftooten, foo kan B, een weynigh op zijde wijekende, A doen miflen, daer A door het ftooten dan voor over hellende aen B gelegenthey t verfchaft om A achter by de Neck te grijpen, waer mede B danalfoo A neerwaerts duwende, A voorover moet vallen. z. olght de Middelgreep die op foodanigen "iïijje bier Tbort "Vertoont. C grijpt D met beyde de handen om de middel. D, nu van C dus aengegrepen,flaet fijn flincker hant achter aen den arm van C, en fijn rechter handt met den duym onder deneusvoor'taengefichtvan C lettende, druckt D het hooft van C achter over en flact fijn rechter been om het flincker been van C. Hetvoorgaendekan C dufdanigh verfetten, flaende fijn flincker handt A 3 binnen iQare Ünderrichtbtge binnen door den arm van D, en draeyende die op foodanigenwijfelos, kan hy fijn aengeficht wederom bevryen terwijl dat D de rechter arm van C blijft vaft houden. Als nu D den arm van C dus vaft houd, foo wringt D fijn rechter hant los, en fwenckt fich om recht achter den rechter arm van C, den fel ven dwingende op die wijfe voor uyt te gaen met fijn elleboogh op het weecke van de rugh van C gedruckt te houden om alfoo daer door de kracht van fijnen arm te bedwingen. Delen arm van C blijft niet langer bedwongen als dat hy fich een weynigh om draeyt en flaende fijn rechter arm over de flincker handt van D heen fiuytfe dicht aen 't lijf, en draeyt dan lij n gantfche lichaem noch wat om, hier door kan 't gebeuren dat de handt van D fou gebroken worden. Nu is dan nootfaecklijck dat D dk breuck van fijn hand verhoede wekkers flincker handt foo gewrongen zijnde grijpt hy met de rechter handt toe op de rechter pols van C, tot hulp nemende fijn flincker handt, die dan vry en los wort, en draeyt fich om met beyde de handen de handt van C wel vaft houdende. In defen omfwier brengt C de rechter arm van D. op fijn flincker fchouder trecktfe met alle kracht neerwaerts aen dat voor eerft byfondere pijn aen C moet veroorfaken en bequame gelegentheydt geeft aen D om den arm van C te breken. Maer dc(c gelegentheydt wordt D ontnomen wanneer C fijn flincker handt flaet op de flincker arm van D en fijn rechter knie fet achter in de lendenen van D dat hem wel haeft dwingt den arm van C los te laten. Even- der ïoortreffèlijcke "Worstel-konst. 7 Evenwel geeft D daerom den moed niet verloren maer die rechter arm van C op foodanigen wijfe los zijnde gelaten vat met fijn rechter hand op dien los gelaten arm van C wederom toe en fwenckt fich om verdraeyt met beyde fijne handen de hand of arm van C rucktfe na hem toe met fijn rechter hand en de flincker hand fettende op de fchouderen van C, foo druckt hy hem voor over, en dwingt hem tot vallen. Het Vierde Deel. N°. 1. Van de Ha'irgrepen. Dït fal ons niet anders voorbeelden als op wat wijfe in defe Grepen een beginfel genomen wort, foo dat D hethairvan E grijpende-tuflfchen fijn vingeren, en dat fungerende om die felvige de handen binnen door de armen van E heenfteeckt. z. Dan treckt D E by 't hair achter over en draeyt hem om fet fijn elleboogh op fijne ruggegraed, waerdoorgelegentheytkrijghtom E van achteren met fijn andere handt op fijn aengef icht te flaen. E in defe voorgaende ongelegentheyt,als noch by 't hair gevat zijnde van D draeyt fich met gefwintheydt anders om foo dat D en E ruggelings tegen malkander aenftaen, dan fet D fijn hinderfte tegen de hinderfte van E, en treckt hem alfoo met groote kracht, waeruytterftontfalontftaen, dat E over het hooft van D heen moet vallen. E alfoo 'HQarc Onderrichting E alfoo overgefmeten zijnde dat hy viel blijft niet liggen maer ftaet op, en vat D achter by de mouw, of arm, en grijpende met de rechter handt op de rechter pols van D dwingt dien aengegrepen arm van D binnewaert aen, en fet fijn ilincker voet op de rechter knie kneep van D 3 en dwingt den felven alfoo (fchoon de Plaet den val niet uytbeeldt) dat hy vallen moet. Het Vyfde Deel. JTan f oo danige Grenen, waer door dejierekte Van d'een en d 'ander kan ondertaft borden. E grijpt F onder de armen, en F grijpt E binnens arms, in defe aengreepfehijnt E het meefte voordeel te hebben. Doch F flact door fijn rechter arm, den flincker arm van E van binnen los en die los geflagen zijnde laet hy fijn flincker arm mede los en brengt die felve voor op fijn lijf, beknijpende met de flincker arm de rechter handt van E. dan draey t hy fich een weynigh om door welcke omdraeyinge de handt van E beknepen, F gelegentheydt heeft om de handt van E te breken. Vermoedende dat E hem een been flagh fou mogen geven gelijck defe Plaet aenwijir.. Hierom laet F fijnen arm los, en draeyt fich geheel om waerdoorhy foo vele te weegh heeft gebracht, dat E niet en kan ontgaen een flagh van F in der Voortrefilijck Wqrstel-konst. p F in de neck te krijgen, fchoon E met fijn rechter hant F achter in de broeck vat. E daer over niet gantfch verlegen, buckt neder opdeflaghvan F, en F alfoo flaende met volle macht na de neck van E, en door het neerbucken van E niet konnende raken, flaet fich fel ven, door fijn eygen gewelt, ter neder. F aldus om ver vallende, flut fich fel ven op fijn rechter handt waer mede hy had willen flaen en in dit ftutten gefwint fijn flincker knie voegende aen de billen van E vat hy met fijn Ilincker hant des felfs Ilincker voet en ftoot hem met defe knie om verre. Het Seste Deel, N°. i Van twee BorJï~grepen. E eerfteBorft-greepis, alwaerdat F G op de borft grijpt, waer op G hem met fijn flincker hant onder den arm boven de elleboogh aenvat. Maer F G aldus aengegrepen hebbende, flaet G fijn rechter handt op de rechter hant van F, en wringt die hant foolangh tot dat F fijn borft los laet, G nu fijn borft los hebbende draeyt den rechter arm van F geheel om met fijn rechter hant, fettende de Ilincker hant achter op dien fel ven arm van F, en doet hem foo voor over ftooten. Het S e v e n d e Deel. Van de Borft-grepen op een andere wïjfe. N dit Deel worden de Borft-grepen met een heel andere fwier verfet> waerom oock dit Deel van het vorige is afgefneden want in het eerfte wort de greep door een weergreep los gemaeckt,en hier gefchiedt het op volgende wijfe. B H grijpt D io IQare Onderrkbtinge r. H grijpt G bydeborft, G flaet met fijn flincker handt binnens arms de hantvan H los, en moet met fijn rechter handt grijpen achter aen de mouw van dien los geflagen arm, en foo wort die handt van de borft afgedreven. H fteeckt fijn flincker handt binnen dien los geflagen arm door en draeyt fich een weynigh om,foo dat ten deelen achter G komt te ftaen. H fichalfoo hebbende vaft gefet, kan G dwingen, dat voor over moet vallen, of anders na fijn begeeren. G bemerckende dat voor over fou moeten vallen flaet met fijn rechter been het flincker been van H wegh,waermedededoorgeftekenhantvanH fijndwanghquijtraeckt, en felfs in de knip van G tuffchen fijn rechter arm wordt gevangen. H op foodanigen wijle gedwongen zijnde loopt met eenen groot gevaer dat fijn beknepen handt door G fou gebroken worden. Om dit gedreyght ongeluck te vermijden, geeft G foodanigen beenflagh acn H dat hy terftont G buytens arms grijpt met fijn rechter handt boven aen den arm van G, en met de flincker beneden den elleboogh enalfoo dwingt hy hem achter over. Hier door fal het been van G y waer mede H fou geflagen hebben, krachteloos gemaeckt worden. Het Achtste Deel. N°. i Van de Vuyft-jlagen. Hen I ftaen beyde in geftalte om malkanderen met vuyften te üacn binnens arms, en foo ftaende (fchoon defePlaetfulcksnietaenwijft) fou d'een aen d'anderen een beenflagh konnen geven, dat die gene, aen wien de beenflagh gegeven wierdt, fou moeten vallen. H flaet der ï>oortrtffcliïch "Worstel-KOnst. ii H flaet naer I, maer I ditfiendebuckt neder, waerdoor H fichfelven om ver flaet, en in dit om ver flaen grijpt I buckende de rechter 'voet van H, om hem te doen vallen. H voelende dat hy valt, ftoot I met de rechter knie tegen fijn billen waer door I mede genootfaeckt is te vallen. In defe val grijpt H wel mede naer het flincker been van I maer kan daer niet by komen. H en I beyde weder opgeftaen, als of fy malkander buytens arms wilde n flaen, foo flaet H eerfr. naer I, die den flaenden arm van H terftontaengrijpt achter omtrent de fchouder met lijn rechter handt, en met de flincker hant vat I het rechter been van H, en dwingt hem allo o te vallen. Dit doen vallen van I kan op een andere wijfe, als hier wort vertoont, in de volgende Plaet gefien worden. I doet H neder vallen, en houdt fijnen arm vaft, dien hyeerft ge vat had, en treckt of fet hem een weynigh om, dan vat hy met fijn flincker hant op de flincker fchouder van H fet hem de flincker knie in de lendenen, en buyght hem alfoo achter over; waerdoor H te fekerder moet neder vallen. Doch om het vallen als boven te verhoeden, als I de knie (gelijck in de vorige Plaet is aengewefen) in de lendenen van H heeft gefet, foo moet H, door 't wringen met fijn fchouderen foo verre foecken los te geraken, dat hy d'een of d'ander hant van l, los zijnde, kan vatten, en die gevat krijgende vaft houden en draeyen de felvige (dat hier de flincker isj achterwaerts na de rugh van I om, en fetten fijn andere handt achter op dien omgedraeyden arm, waerdoor H dan I fal doen vallen of kan hem ten miniten tot den val onvermijdelijck dwingen. Bz Het iï ïQan Onderrkhtinge Het Negende Deel, Hoe datïnen yemandt 'm handtgemeenfchap pijnde met een ander loegh kan dragen. DEfe Verhandeling begrijpt in fich een byfonder foet vermaeck voor den Aenfchouwcr wanneer die in het werck wort geftelt foo wonderlijck als aengenaem, waerom op defe aenwijfinge wel byfondere acht mach gegeven worden want den uyt val vertoont het weghdragen van de tegcnftrever en die dickmaels met de grootfte gramfchap was ingenomen, tegens de gene, met wien hy getwift had, en moeft, in fpijt van al fijn verbolgentheydt ilch in onmacht van dien laten heen voeren. Defe ftreeck is by d'Autheur dickwils gebruyckt geworden. I en K ftaende om malkander aen te grijpen, dreyght K aen I eenflagh te willen geven, daer op taft I aen, en flaet fijn rechter hant op de flincker pols van K dan buyght hy fich neer en leght fijn flincker arm in de knie-kneep van 't flincker been van K, treckende den flincker arm van K over fijn fchouder, foo kan hy hem bequaemlijck dragen, waer hy hem hebben wil. Indien K daer op niet bedacht mocht wefen, foo moet hy nootfakelijck raken op de fchouder van I, en hy wort gemackelijck fchoon vrygrooter enfwaerderals I, van hem wegh gedragen. Als nu K defe greep mocht bekent zijn, foo druckt K het hooft van I neer, waer door de gelegentheyt om wegh te dragen aen I wort benomen. I voelende dat fijn hooft neergedruckt wort, brengt den flincker arm van K uytwaertaen, en halende fijn hooft te rugh, licht met fijn flincker hant het flincker been op van K en fmijt hem alfoo achter over. Het der Voortreffelijke "Worstel-ronst. Het Tiende Deel. Van de Krop~grepen. DEfe Grepen worden op een heel andere wijfe als de Borftgrepen uytgevoert, waer van in het fefte Deel is gehandelt. De eer/ie I^rop-greep. K grijpt L by de krop, waer op L, fijn hoedt affmijtende, fijn hooft draeyt buyten over, onder den arm van K heen, waer door de handt van K foodanigh befet wort, dat hy felfs met groote pijn daer mede geen macht meer kan doen. De tweede t(rop-greep. K vat L met de rechter hant by de krop, dreygende met fijn flincker hant L te flaen die dit voelende beyde fijne handen tTamen opheft, en flaet met diefelvigebovenophetvoorftelidtvandearmvan K, waer door genootfaeckt is los te laten. De derde f(rop-greep. K vat L by de krop gelijck in de vorige Plaet verbeelt wordt. L neemt oock wederom beyde de handen te famen, en flaet van ter zijden tegen den elleboogh van K waer door de handt nootfakelijck los moet. De Vierde IQ-op-greep. K vat wederom L by de krop, die dit gewaer wordende, met beyde fijne handen den arm vat van K met wekken hy de krop van L aengegrepen heeft, flaende fijn rechter hant op de pols van de handt van K en fijn flincker hant achter boven den elleboogh en buyght ondertuffchen fijnen arm innewaert aen, foo is 't voor K byna onmogelijck de hant los te krijgen. Indien het evenwel mocht gebeuren, gelijck het mogelijck is, dat L door geduurigh wringen de handt van K quam los te krijgen foo fet L die los gewrongen handt van K tegens desfelfs borft aen, flaet met fijn been K onder de voet, of ftoot met fijn knie tegen fijn gemacht aen 't welck hem byfondere ongelegentheyt toebrengen kan. B 3 Het x4 IQrtre Onderrichting Het E l f d e D e e l. Van het ver fit tegen het Mes~trecken. D'Onredelijckfte en onbefuyfte Onverlaten wiens opgerefen breyn door geen reden te herftellen is, voeren fich felfs gemeenlijck terftont tot het grootfïe gevaer en geen twift het zy de minfte, oordeelen fy, fonder het trecken van een mes, geilecht te kunnen worden, waer in byfonder groot gevaer is verborgen. Op dat nu de vreedfame fich hier voor mochten hoeden als haer dat bejegent, kan men fich dufdanigh daer tegen ftellen. M trapt L hier eerft met de flincker voet, en ftoot hem met de rechter handt voor het aenficht. z. L taft aen de fack om fijn mes te krijgen en dat uyt te trecken dus willende fijn rechter handt uyt de fack halen, daer het mes mede gevat heeft, fteeckt M in het uythalen van de handt uyt de fack, fijn flincker handt dooide arm van L heen en wringt met fijn arm des anders arm achter om; 't welck aen L flikken onmacht veroorfaeckt dat onmogelijck fijn mes uyt halen kan. Soo evenwel L het Mes gefwinder mocht uyt halen, als M het op defe vorige wijfe kan beletten en hy dienvolgens dat mocht komen te trecken, foo vat M op de rechter pols van L met fijn rechter hant en met de flincker hant wat hooger aen den arm, foo kan hy den arm van L gants omwringen. M wringt den arm van L geheel om, en leght dien op fijn fchouder. Om de handt van L te breken daer hy het Mes in vaft heeft, brengt M den arm over fijn hooft heen op fijn andere fchouder en breecktfe foo te fe- kerder. Mkan der ïoorfteffelijcke Worstel-konst. ij M kan oock den arm van L alfoovaft hebbende, gelijck in N°. 3. is aengcwefen den arm van L achter op desfelfs rugh wringen en fetten fijn flincker voet achter in de knie-kneep van L. M fijn flincker voet in de knie-kneep van L gefet hebbende treckt den arm, dien hy vaft heeft, wat hooger nacr hem en dwingt L voor over te vallen, lettende dan de flincker knie op fijne lenden en den felven arm noch hooger treckende, light L gants machteloos. M noch op de rechter pols van L met fijn rechter hant, en met de flincker hant wat hooger aen den arm, als eerft in de derde Figuur gevat hebbende, kan de hant van L na fijn eygen borft wringen dien hy het rechterbeen met fijn flincker voet ter felver ftont onder uy t flaende, van achter over doet vallen op wien hy toefchietende, L fich door fijn eygen mes kan doen quetfen. Als L, het Mes getrocken ,M van boven daer mede wilt fnijdcn,foo vat M met fijn flincker hant L op de pols en in de felvc tijdt met fijn rechter handt onder de elleboogh grijpende kan hyden arm buyten uyt wringen, en L foodanigh heel machteloos maken. Indien L noch een mede van boven foeckt te brengen, kan M, ineen fortfige poftuur geftelr door een fchop met hetecnofhet ander been onder 't gewricht van de handt van L hem het Mes uyt de handt doen vliegen. Het Twaelfde Deel. N°. 1. Vanyemandt met het hooft tegen 't mid- del-lijf om 'Verre te hopen of o1>er de kop te Werpen. WAnneer M tegenover N in poftuur ftaer kan hy met het hooft gebuckt N geweldighop den buyck loopen,en hem achter over doen vallen maer N dit merekende keert fich een weynigh op zyde, waer door M dan misloopt, en N gelegentheyt krijght, om de flincker handt M op de neckte fetten dien hy dan met de rechter handt achter by de broeck vat, en hem voort dry vende een eyndc weeghs heen doet vallen. Ah id I(lare Onderrichting der yoortrejfclijcfo Worstel-konst. Als M,mct het hooft gebuckt, tegen denbuyek van N loopen kan, mach hy op fijn eene knie vallen.en ter felvcr tijdt hem met beyde handen fterek in de knie-knepen vatten, waer na fijn hooft oprechtende, falhy dan N lichtelijck over hem heen konnen werpen. Het. Dertiende Deel. N°. i T^an het fortfigh aengrijpen van Schou" ders en Hals^ met geftoinde ^een-jlagen. WAnneer N en O malkander met beyde handen boven aen de armen ontrent de fchouders gevat hebben, worftelen fy, yder om fijn partye boven te verfwacken om daer op dan debecnen tcfoecken^ en als N, door meerder ftcfekte, O ter zyden over kan wringen, foo neemt hy die gelegcntheydt waer, om met fijn flinckcr voet, het rechter been van O onder uyt te flaen. 2. Maer O hier op verdacht zijnde.licht fijn been voren op, foodatdevoct van N ,mis flaende, onder denr moet pafleren wanneer 0 fijn opgeheven voet weder ftelr achter het been van N waer van de voet hem meende te flaen daer hy dan kans heeft, om dat met een flagh los makende, N voorfz.ter neer te werpen. 3. Defe ftreeck maeckt N te verfetten,mct fijn rechter handt van boven den arm van O los te laten, en binnen door daer mede de fiincker fchouder te vatten wanneer hy te gelijck de rechter handt van O van onder komt los te flaen en dan toefchietende met fijn flincker arm om denhals van O hem neer drackt hebbende fijn fiincker been achter het felfde been van fijn partye gelet om hem foo van achter over te dringen. 4. O dan voelende,dat hy foo niet kan ftaende blyven.laet fijn flincker hant heel los van de fchouder van N, en met fijn rechter handt tot aen de middel van N gefackt, fielt hy fich neder rot aen de flincker knie, en vat met fijn flincker handt onder aen 't been boven de rechter voet van N die hy vaft houdende, het boven-lijf met der rechter handt over dringt, om hem foo te doen vallen. 5. Dit lactftc is noch een byfondere greep waer mede men feer gefwint fonder verfet fijn partye kan om verre werpen j want O, ftaende ontrent N,ftaptmetfijn flincker voet die hy wel vaft plant achter het flincker been van N dien hy met ecnen gefwint boven de armen by de keel grijpt, en loflelijck achter over ftoot. E Y N D E. Ö i8 m Deel L' VT. Deel "VU. Deel éS s VS' Ó" XTTT. Deel J